Rechters en Advocaten

Woordenboek

a | b | c | d | e | f | g | h | i | j | k | l | m | n | o | p | r | s | t | u | v | w | x | y | z

Aanklager -  De officier van justitie wordt ook wel openbare aanklager genoemd. Aan het begin van een strafrechtzaak leest de officier de aanklacht voor. Een ander woord voor aanklacht is tenlastelegging.
Advocaat -  Een man of een vrouw die rechten heeft gestudeerd en die in rechtszaken het woord doet voor andere mensen en hen verdedigt.
Advocaat-generaal -  De officier van justitie die bij het gerechtshof een zaak in hoger beroep behandelt. De adviseur die bij de Hoge Raad schriftelijk advies over een zaak uitbrengt, wordt ook advocaat-generaal genoemd.
Arrest -  Uitspraak van de Hoge Raad of het gerechtshof. De uitspraak van de rechtbank of van het kantongerecht wordt meestal vonnis genoemd.
Arrondissementsparket -  Een van de negentien regionale kantoren van het Openbaar Ministerie. Ze zijn gevestigd in dezelfde steden als de arrondissementsrechtbanken. Het arrondissementsparket wordt ook kortweg "het parket" genoemd. Er werken officieren van justitie en personeel dat hen ondersteunt. Aan het hoofd staat de hoofdofficier van justitie.
Arrondissementsrechtbank  -  Oude naam voor een Rechtbank.
Bestuursrechtspraak  -  De rechtspraak over geschillen die er kunnen zijn over een besluit van een overheidsorgaan. Bijvoorbeeld een geschil tussen een gemeente die heeft besloten dwars door een bos een weg aan te leggen en een actiegroep die dat besluit aanvecht.
Bewaring -  Vorm van voorlopige hechtenis. Na de inverzekeringstelling die maximaal twee maal drie dagen duurt, kan een verdachte van een strafbaar feit nog langer worden vastgehouden. Dat mag alleen als de rechter-commissaris daartoe besluit. Bewaring duurt maximaal tien dagen. Een andere naam voor bewaring is inbewaringstelling. Zie verder gevangenhouding.
Bewijs -  Een middel dan de officier van justitie gebruikt om de rechter ervan te overtuigen dat de verdachte schuldig is. Het kan gaan om een verklaring van de verdachte (een bekentenis), om een verklaring van een getuige, een deskundige of iemand van de politie.
Burgerlijk recht -  Een andere naam voor civiel recht.
Cassatie -  Zo wordt het beroep bij de Hoge Raad tegen de beslissing van een lagere rechter genoemd.
Civiel recht -  Het recht dat speelt tussen twee burgerlijke partijen. Bij het civiel recht neemt de rechter een besluit in een zaak waar twee partijen (de eiser en de gedaagde) zelf niet uitkomen.
College van procureurs-generaal -  De landelijke leiding van het Openbaar Ministerie.
Dader -  Iemand die een strafbaar feit heeft gepleegd.
Dagvaarding -  Een brief van het Openbaat Ministerie met de oproep om op een bepaald tijdstip voor de rechter te verschijnen. Er staat ook in vermeld waar de geadresseerde van verdacht wordt. Ook de oproep waarmee de ene civiele partij de andere civiele partij in een gewone procedure oproept, heet een dagvaarding. Deze dagvaarding wordt uitgebracht door de gerechtsdeurwaarder.
Delict -  Een strafbaar feit.
Eed -  Een eed of belofte is een plechtige verklaring van een getuige op de zitting dat hij de waarheid zal spreken. Als hij de waarheid niet spreekt, maakt hij zich schuldig aan meineed.
Eis -  De straf die opgelegd zou moeten worden volgens de officier van justitie.
Eiser -  De partij (een persoon of een rechtspersoon) die van een andere partij iets eist en daarom die zaak voor de rechter brengt. De eisende partij.
Enkelvoudige kamer (ek) -  Een zitting waarbij één rechter rechtspreekt.
Familierecht -  Het recht dat zaken als huwelijk, ouderlijke macht en voogdij regelt.
First offender -  Iemand die voor het eerst voor de rechter komt. Wanneer je voor de tweede of volgende keer komt ben je een recidivist.
Gedaagde -  De partij (een persoon of een rechtspersoon) die door de eiser voor de rechter wordt gedaagd om een bepaalde zaak op te lossen. De gedaagde partij.
Gerechtshof -  Rechtbank die civiele en strafrechterlijke zaken in hoger beroep behandelt. Er zijn vier gerechtshoven in Nederland. Het gerechtshof wordt ook wel "het hof" genoemd.
Getuige -  Een getuige die door de officier van justitie is opgeroepen, meestal om bewijs te leveren, wordt getuige à charge genoemd. Een getuige die door de advocaat is opgeroepen. meestal om bewijs te ontzenuwen. wordt getuige à décharge genoemd. Ook in civiele zaken kunnen mensen als getuigen worden opgeroepen.
Gevangenhouding -  Vorm van voorlopige hechtenis. Daaraan vooraf gaat de door de rechter-commissaris bevolen bewaring. De beslissing over gevangenhouding en de verlenging daarvan worden door de raadkamer van de rechtbank genomen. De gevangenhouding van dertig dagen kan maximaal twee keer worden verlengd.
Gezinsvoogd -  Man of vrouw dis aangewezen om op te letten hoe het gaat met een kind in een moeilijke thuissituatie en probeert daar verbetering in te brengen.
Gezinsvoogdij-instelling -  Instelling die door de kinderrechter wordt benoemd bij een ondertoezichtstelling. De gezinsvoogdij-instelling wijst de gezinsvoogd aan.
Griffier -  Man of vrouw die naast de rechter zit en alles opschrijft wat er tijdens een zitting in de rechtszaal wordt gezegd.
Grondwet -  De belangrijkste wet van het land. De wet waar alle andere wetten op gebaseerd zijn.
HALT-afdoening - 

Lichte werk- of leerstraf voor minderjarigen, uitgevoerd door HALT.

Hoge Raad -  De hoogste rechterlijke instantie van Nederland. De Hoge Raad kijkt of de lagere rechters hun werk goed hebben gedaan, maar doen zelf niet de hele zaak over.
Hoger beroep -  Als een partij het niet eens is met de uitspraak van een rechter kan er hoger beroep worden aangetekend. Diezelfde zaak wordt dan door een andere en hogere rechter opnieuw bekeken.
Inbewaringstelling -  Vorm van voorlopige hechtenis die maximaal 14 dagen duurt en die opgelegd wordt door de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie.
Judge -  Het Engelse woord voor rechter.
Kantonrechter -  Onderdeel van de Nederlandse Rechtbank dat zich bezig houdt met onder andere huur- en arbeidszaken en zaken onder de €25.000,00. Dit is altijd een enkelvoudige rechter. De kantonrechter oordeelt in het strafrecht alleen over overtredingen, niet over misdrijven.
Kinderrechter -  Man of vrouw die een beslissing neemt in een civiele zaak waar een minderjarige bij betrokken is en die rechtspreekt in een strafzaak waarbij de verdachte minderjarig is.
Kinderrechtswinkel -  Wordt ook kinder- en jongerenrechtswinkel genoemd. Kinderen en jongeren kunnen er terecht met al hun vragen over rechten en wetten. Voor hulp en advies.
Kort geding -  Een zaak binnen het civiele recht die haast heeft. Bij een kort geding doet de rechter heel gauw een uitspraak die geldt als voorlopige voorziening.
Leerstraf -  Een bepaalde vorm van een taakstraf. In plaats van een gevangenisstraf uitzitten moet de veroordeelde dan een bepaald aantal uren een training volgen om te leren zijn gedrag te verbeteren.
Lik-op-stuk -  Verzamelnaam voor het snel afhandelen van zaken door politie en justitie. De verdachte krijgt meteen aan acceptgiro voor de boete of een dagvaarding om op de zitting te komen.
Meerderjarig -  Als je 18 of ouder bent, ben je meerderjarig. Je hebt de rechten en plichten van een volwassene.
Meervoudige kamer (mk) -  Een zitting waarbij drie rechters rechtspreken. De meervoudige kamer beslist over ingewikkelde zaken.
Meineed -  Een valse eed. Een getuige die niet de waarheid spreekt bij de rechtbank, maakt zich schuldig aan meineed. Dat is strafbaar.
Minderjarig -  Als je nog geen achttien bent, ben je minderjarig. Je staat dan onder het gezag van je ouders en/of voogd. Een minderjarige die trouwt, wordt automatisch meerderjarig.
Misdrijf -  Zwaar strafbaar feit als moord, verkrachting, mishandeling, diefstal, inbraak.
Ne bis in idem -  (Letterlijk: 'niet tweemaal voor hetzelfde') Latijnse term in het strafrecht voor het beginsel dat iemand niet twee keer voor het zelfde feit hoeft terecht te staan en mag worden gestraft. Als iemand is vrijgesproken en later blijkt dat hij het wel heeft gedaan, dan kan hij niet opnieuw worden berecht.
Officier van justitie - 

Man of vrouw die het Openbaar Ministerie vertegenwoordigt in de rechtszaal. De officier bepaalt waar de verdachte van wordt beschuldigd en bepleit op de zitting de zaak tegen de verdachte. Maar de officier heeft ook de plicht ontlastend bewijs aan te brengen als dat er blijkt te zijn. Verder heeft de officier het gezag over het opsporingsonderzoek van de politie. Hij of zij beslist als enige over het wel of niet vervolgen van een verdachte.

Ondertoezichtstelling -  Afgekort: o.t.s. De uitspraak van de kinderrechter om een gezinsvoogdij-instelling aan te wijzen doe toezicht op je houdt. Dat kan gebeuren als je ouders niet goed voor je (kunnen) zorgen. Vanuit de instelling helpt een gezinsvoogd dan om de situatie te verbeteren.
Onpartijdig -  Iemand die boven de partijen staat, is onpartijdig. Een rechter is onpartijdig; zijn of haar voorkeur ligt noch bij de ene noch bij de andere partij. Een advocaat is wel partijdig. Hij of zij verdedigt de ene partij tegen de andere.
Onvoorwaardelijk -  Een veroordeelde die een (gedeeltelijk) onvoorwaardelijke straf krijgt, moet die straf (voor dat gedeelte) ondergaan.
Openbaar Ministerie -  Het onderdeel van de rechterlijke macht dat ervoor zorgt dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Een vaak gebruikte afkorting voor Openbaar Ministerie is OM. Op het OM werken officieren van justitie, advocaten-generaal. procureurs-generaal en hun ondersteunend personeel.
Ouderlijk gezag -  (Vroeger ouderlijke macht genoemd.) Het gezag dat ouders over hun kind hebben. Ouders mogen belangrijke beslissingen voor hun kind nemen: waar het woont, naar welke school het gaat, enzovoort. Soms hebben ouders samen het gezag. Soms heeft een van de ouders het gezag.
Overtreding -  Een strafbaar feit dat minder ernstig is. Bijvoorbeeld oversteken bij rood licht, wildplassen en zwartrijden.
Parket -  Een kantoor van het Openbaar Ministerie. Een parket is gericht op een bepaald rechtsgebied. Zo zijn er arrondissementsparketten (die bij een arrondissementsrechtbank horen), ressortsparketten (die bij de gerechtshoven horen) en het parket dat bij de Hoge Raad hoort.
Parket-generaal -  Het hoofdkantoor van de landelijke leiding van het Openbaar Ministerie. Op het Parket-Generaal wordt gewerkt door het college van procureurs-generaal en ambtenaren die hen ondersteunen.
Pleidooi -  De toespraak van de advocaat op de rechtszitting. Een ander woord hiervoor is pleitrede. De tekst op papier heet pleitnota.
Politierechter -  Man of vrouw bij de Rechtbank die rechtspreekt in eenvoudige strafzaken waarin een vrijheidsstraf tot één jaar kan worden opgelegd.
Proces-verbaal -  Het rapport van de feiten dat door de politie is opgesteld. Het verslag van een rechtszitting door een griffier wordt ook proces-verbaal genoemd.
Procureur-generaal -  Iemand die in de landelijke leiding zit van het Openbaar Ministerie. Diegene die bij de Hoge Raad de leiding heeft over het parket wordt ook procureur-generaal genoemd. Vaak wordt de afkorting PG gebruikt.
Proeftijd -  Straftijd die niet hoeft te worden ondergaan. De rechter kan iemand tot een voorwaardelijke straf veroordelen. De straf wordt dan niet uitgevoerd, mits de verdachte zich gedurende een bepaalde periode, de proeftijd, aan een aantal afspraken houdt en niet opnieuw de fout in gaat. Deze voorwaarden zijn door de rechter in zijn vonnis opgelegd.
Raadkamer -  Rechtbank die beslissingen neemt in rechtszaken. Dit kunnen tussenbeslissingen zijn, zoals over het langer vasthouden van verdachten. De zittingen vinden plaats achter gesloten deuren.
Rechtbank -  De rechterlijke instantie die alle zaken in eerste instantie behandelt. Een onderdeel van de Rechtbank is de kantonrechter. Er zijn op dit moment tien Rechtbanken in Nederland. Aan het hoofd van een Rechtbank staat een gerechtsbestuur met als voorzitter een president.
Rechter -  Man of vrouw die op basis van de wet rechtspreekt. Bij het strafrecht bepaalt de rechter of de verdachte schuldig is aan een strafbaar feit en legt vervolgens wel of niet een straf op. In het civiel recht en het bestuurlijk recht bepaalt de rechter welde van de twee partijen gelijk heeft.
Rechter-commissaris -  Recher die in strafzaken vooronderzoek doet. Een veel gebruikte afkorting voor rechter-commissaris is RC.
Rechtspersoon -  In het recht heb je natuurlijke personen (mensen dus) en rechtspersonen. Rechtspersonen zijn organisaties en verenigingen die net als natuurlijke personen dingen kunnen doen die juridische gevolgen hebben: kopen, verkopen, huren, verhuren, enzovoort.
Recidive -  Herhaling van strafbaar gedrag.
Reclassering -  Instantie die veroordeelden na het uitaitten van hun straf, helpt bij het terugkeren in de samenleving. De reclassering begeleidt ook meerderjarigen die taakstraffen moeten uitvoeren.
Requisitoor -  De toespraak van de officier van justitie waarin hij de rechter vertelt wat hij van de zaak vindt en wat voor straf hij eist.
Ressortparket -  Het kantoor van het Openbaar Ministerie bij een gerechtshof. Aan het hoofd staat een Hoofd advocaat-generaal.
Salomonsoordeel -  Een wijze uitspraak in een moeilijk geschil.
Seponeren -  Daarvan is sprake als een officier van justitie in een bepaalde strafzaak niet tot vervolging overgaat. Zo'n beslissing heet een sepot.
Staande Magistratuur -  De leden van het Openbaar ministerie die staande het woord voeren op een rechtszitting: de officieren van justitie, de advocaten-generaal en de procureurs-generaal.
Strafblad -  Vermelding in het strafregister dat aantekeningen bevat over de keren dat iemand in het verleden verdacht werd van strafbare feiten (met name misdrijven) en over de afloop daarvan (sepot, vrijspraak, veroordeling).
Strafrecht -  Bij het strafrecht gaat het altijd om strafbare feiten om overtredingen en misdrijven die volgens de wet niet mogen en waar straf op staat.
Taakstraf -  Een straf in de vorm van een verplichte taak die vervuld moet worden. Er zijn twee soorten taakstraffen: de werkstraf en de leerstraf. Taakstraf kan in de plaats komen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden.
Tenlastelegging -  Deel van de dagvaarding waarin precies staat van welk strafbaar feit iemand wordt verdacht: welk strafbaar feit hem of haar ten laste wordt gelegd. Een ander woord hiervoor is aanklacht.
Terbeschikkingstelling -  Wordt vaak afgekort als TBS. Een maatregel die de rechter neemt zodat een misdadiger die geestelijk ziek is, opgenomen wordt in een speciale kliniek.
Toga -  De officiële kleding van rechters, officieren en advocaten tijdens een rechtszitting.
Transactie -  Om te voorkomen dat een verdachte voor de rechter moet verschijnen, kan de officier een transactie voorstellen. Dat is een geldboete. Als de verdachte die betaalt, wordt hij of zij niet verder vervolgd. Een ander woord voor transactie is schikking.
Uitspraak -  De beslissing van een rechter in een rechtzaak wordt ook wel de uitspraak genoemd.
Verdachte -  Iemand die ervan verdacht wordt een strafbaar feit te hebben gepleegd.
Vonnis -  De uitspraak, de beslissing van een rechter bij het kantongerecht en de rechtbank.
Voogd -  Iemand die de voogdij uitoefend, iemand die door de rechter is aangewezen om voor een minderjarige te zorgen.
Voorlopige hechtenis -  Het opsluiten van een verdachte van een ernstig misdrijf nog voordat de zaak op de zitting is geweest. Dat kan bijvoorbeeld nodig zijn voor het onderzoek van de politie of omdat de verdachte anders vlucht.
Voorwaardelijke veroordeling -  Veroordeling waarbij de rechter bepaalt dat de opgelegde straf gedurende een proefperiode, de proeftijd, geheel of gedeeltelijk niet ten uitvoer zal worden gebracht als de verdachte zich houdt aan de hem gestelde voorwaarden.
Vrijspraak -  Als de rechter vindt dat het strafbare feit niet bewezen is, wordt de verdachte vrijgesproken.
Werkstraf -  Een bepaalde vorm van een taakstraf. In plaats van een gevangenisstraf uitzitten moet de veroordeelde dan een bepaald aantal uren onbetaald werken.
XL (Exess of Loss) -  Dit is een term uit het handelsrecht. Het betekent dat er overdreven verlies van ladingresten bij zeeschepen wordt geleden.
York-Antwerp rules -  Deze term wordt gebruikt in het (zee) handelsrecht. Dit zijn gewoonteregels voor de toepassing van het recht als er schade aan een lading is ontstaan.
Zittende magistratuur -  Verzamelnaam voor de rechters. Wordt ook afgekort als ZM. Rechters spreken zitend recht, vandaar de term. De zittende en de staande magistratuur vormen samen de rechterlijke macht. Dit wordt afgekort als RM.
Zitting -  De rechtszitting waar een bepaalde rechtszaak wordt behandeld. Aanwezig zijn: rechter(s), griffier, strijdende partijen, officier, advoca(a)te(n), verdachte(n), getuigen, publiek. Iedereen zit behalve de officier en de advocaat als zij het woord voeren. Die gaan dan staan.

 

Een gedachte aan “Woordenboek

  1. Pingback: Woordenboek | Rechters en Advocaten | Online Le...