Rechters en Advocaten

De rechtszaak

Rechtszaken beginnen verschillend. Iemand kan een verzoek indienen om iets gedaan te krijgen. De rechter moet bijvoorbeeld beslissen of iemand alimentatie moet betalen. Andere civiele zaken beginnen ook met een dagvaarding die door de deurwaarder wordt uitgebracht en waarin precies staat wat de eisende partij wil. Een rechtszaak begint meestal met een dagvaarding, de brief van de officier van justitie aan de verdachte om op een bepaald tijdstip voor de rechter te verschijnen. In die brief staat ook om welk strafbaar feit het gaat. Aan het begin van de zitting vraagt de rechter aan de verdachte of de naam en de geboortedatum kloppen. Dan leest de officier de tenlastelegging voor. Daarin staat het strafbare feit dat de verdachte op zijn geweten zou hebben. Heel moeilijk in juridische woorden: wie, wat, waar, wanneer en hoe.

En dan start de rechtszitting. De verdachte wordt ondervraagd. Rechter(s), officier en advocaat mogen vragen stellen. Ook eventuele getuigen kunnen worden gehoord en deskundigen als een maatschappelijk werker of een psychiater. Het proces-verbaal (dat is het rapport van de feiten dat door de politie is opgesteld) komt aan de orde. Daarna houdt de officier zijn requisitoir, dat is zijn toespraak waarin hij de rechter vertelt wat hij van de zaak vindt en wat voor straf hij eist.

Vervolgens komt de advocaat aan het woord met een pleidooi. Hij of zij verdedigt de verdachte, bespreekt kritisch het requisitoir, komt met verzachtende omstandigheden en juridische foefjes, probeert argumenten te weerleggen en doet er alles aan om de verdachte in een beter daglicht te plaatsen.

De verdachte krijgt het laatste woord. Daarna volgt er een uitspraak. Een politierechter en een kinderrechter doen dat meestal meteen. Bij een meervoudige kamer zijn drie rechters betrokken. Dan kan het ongeveer veertien dagen duren voordat de uitspraak bekend wordt gemaakt. Bij de uitspraak hoort de verdachte of hij wel of niet schuldig is aan het strafbare feit. En krijgt te horen welke straf hij krijgt. Hij mag in hoger beroep gaan als hij het niet eens is met de uitspraak. Ook de officier heeft het recht om in hoger beroep te gaan.